|
Leve de grote stad
« Voorgaand artikel |
Overzicht
| Volgend artikel »
Het nut van een late ontdekking
24 augustus 2010
Voor iedere lezer die al langer het gevoel had dat de vrije markt een geloofsartikel is en dat het kapitalisme ten onrechte als een ideologisch neutrale grootheid wordt begrepen, is het jongste boek van Hans Achterhuis een genot om te lezen. Het boek is in de eerste plaats de documentatie van een late ontdekking. Gealarmeerd door de kredietcrisis en de opmerkelijke persistentie van riskant en zelfverrijkend bankiersgedrag is Achterhuis op zoek gegaan naar de bron waaraan die verschijnselen ontspruiten.
De utopie van de vrije markt (de titel van het boek) bleek weldegelijk
al bedacht te zijn en werkzaam bovendien. Tot zijn eigen verbazing en
nederige erkenning ontdekte de schrijver dat ze in Atlas Shrugged (1957)
van de hem allang bekende Amerikaanse Ayn Rand zeer precies beschreven
staat - en meer nog, dat dit bij ons nauwelijks bekende boek in de
Verenigde Staten al jaren enorme oplages kent en door de Amerikanen als
het op de bijbel na belangrijkste boek wordt gezien. En bovendien moest
hij vaststellen dat de beroemde Alan Greenspan die jarenlang de Fed
leidde en de liberalisering van het Amerikaanse financiƫle systeem
vormgaf, tot de intieme kring van Ayn Rands aanhangers behoorde.
Achterhuis zou niet de degelijke filosoof zijn die hij is als hij de
lezer niet eerst precies uitlegde wat hij onder utopie verstaat en hoe
alle wezenlijke kenmerken van een utopie in Atlas Shrugged zijn terug te
vinden. Bijvoorbeeld de maakbaarheid van een complete samenleving, de
nadruk op zuiverheid die van de belangrijkste actoren wordt gevraagd, de
totale verandering die nodig en mogelijk is alsook de bijbehorende
noodzaak van geweld. Om aan te tonen dat we met de (wereld)markt zoals
we die nu kennen een tamelijk jong fenomeen te pakken hebben, geeft hij
een korte geschiedenis van haar ontstaan. Hierin ligt een grote nadruk
op de terreinverovering van de markt ten koste van de autarkische
familiehuishouding en van de meenten, de commons. Het opknippen en
privatiseren van deze gemeenschappelijke gronden in Engeland is bij dit
laatste het grote voorbeeld.
De creatie van een klasse van paupers die vervolgens materiaal wordt
voor het rekruteren van loonarbeiders, is hier onderdeel van. Vervolgens
geeft Achterhuis een overzicht van het denken over de vrije markt, van
Aristoteles tot Keynes. Het nut van dit overzicht zit in de overdenking
van alle keerzijden van marktdominantie en van de noodzaak om haar te
begrenzen en te reguleren. Dat wil zeggen: van al datgene wat door de
utopisten van de vrije markt als hinderpaal en smet wordt gezien. Tot
deze categorie rekenen zij bijvoorbeeld de door Durkheim bedachte
georganiseerde solidariteit zoals deze vorm krijgt in de
verzorgingsstaat.
In het laatste deel krijgt het boek onderzoeksjournalistieke trekken.
Daar gaat het over de gerealiseerde utopie van de vrije markt met als
eerste historische voorbeeld het Chili van Pinochet. Hier kwam ik er pas
achter hoe die kring rond Ayn Rand iets anders is geworden dan een
leesclub of filosofengroepje. Het was de kiem van een goed
georganiseerde activistische economenlobby, die niet alleen de macht van
de Keynesianen heeft overgenomen, maar zich grote nieuwe macht heeft
toegeƫigend. Ze vormden uiteindelijk de harde kern van neoliberalen die
hun vrijemarktabsolutisme met staatsmacht konden uitleven: de
Chicagoboys rond Milton Friedman. Ze boekten niet alleen in de VS en
Chili successen, maar ook in postsovjet Rusland.
De shocktherapie, zoals Naomi Klein het noemt, die ze in de laatste twee
konden toepassen, veroorzaakte de plotse verarming van miljoenen mensen
zonder sociaal vangnet. Dit gold als de prijs voor de vooruitgang die
de vrije markt volgens hun geloof onvermijdelijk brengen zou. De
verdienste van Achterhuis' boek is dat het utopische karakter van deze
gewelddadige geschiedbeschouwing op slag duidelijk wordt. Wat is de
moraal? Volgens Achterhuis in zijn epiloog heeft ondanks de economische
crisis het militante neoliberalisme nog zoveel macht, dat ze om
georganiseerde tegenmacht vraagt.
Deze zal niet in de eerste plaats van de staat komen en van de markt al
helemaal niet. Het evenwicht tussen markt, staat en burgermaatschappij
zal hersteld moeten worden en dat kan alleen door initiatief vanuit de
laatste. Zij zal staat en markt aan zich moeten onderschikken. Daarvoor
worden, met de woorden van Aristoteles, praktische wijsheid, moed,
zelfbeheersing en maatgevoel gevraagd. Meer dan een paar kleine
voorbeelden van wat hij hiermee bedoelt geeft Achterhuis niet. Dat vind
ik geen groot gemis. Met de haarscherpe ontleding van het gevaarlijk
utopische karakter van de neoliberale marktideologie geeft hij actieve
staatsburgers een krachtig wapen in handen.
Herman Meijer
Hans Achterhuis: De utopie van de vrije markt; uitgeverij Lemniscaat,
320 blz.[link]
Deze boekbespreking verschijnt in het oktobernummer van In de Waagschaal [link]
|
|
Startpagina
Archief
Algemeen
Bouwen en wonen
Geloof
GroenLinks
Grote Stad
Liederen
Lijfpolitiek
Multicultureel
Rotterdam
Sociaal Beleid
- Chronologisch
E-mail
Powered by
Stammeshaus.com
Movable Type
|
Laat hier een bericht of reactie achter
Bericht of reactie wordt op de website gepubliceerd.
Om te reageren per e-mail: Klik hier